Fokkerij

Over fokkerij valt zeer veel te schrijven. Vele mensen hebben vele meningen. Ik ga u mijn mening over de fokkerij met u delen alsmede de mening van eens gestemden. Neem gerust de tijd voor deze pagina want er staat veel geschreven.

Eerst moet u weten dat ik absoluut niet de illusie heb dat ik DE ideale hond fok. Wat ik wel voor ogen heb is dat ik in mijn fokkerij een smeltkroes van prestatie aan jachtkwaliteiten en schoonheid pretendeer. Hierbij houdt ik de rasstandaard voor ogen. Exterieur kampioenen zijn niet mijn eerste prioriteit.
Duitsland-aug-2011-063a-sitLaat u ook niet verleiden door te denken dat een Weimaraner waar je veel geld voor betaald beter zal zijn als een Weimaraner waar je zo’n 300 euro minder voor betaald. De fokkers die de ” hoofdprijs” vragen spelen in op de marktwerking. Het zegt niets over de kwaliteit van de pup. Kijk bij aanschaf in ieder geval of de ouderdieren voldoen aan de (minimale) eisen van de rasvereniging.
Laat u niet in de “luren” leggen door een aantal fokkers binnen het Weimaraner bestand die nog steeds vertellen dat de Weimaraners afkomstig uit Duitse bloedlijnen scherpe honden zijn. Deze mensen verkopen m.i. gebakken lucht, kennelijk om reclame te maken voor hun eigen honden. Een Weimaraner heeft wel een natuurlijke verdedigingsdrang dat behoort tot zijn raseigenschappen. Zie hiervoor de rasstandaard.
Fokkers met zulke uitspraken weten niet weten waarover zij spreken en zullen het wezen van de Weimarse Staande Hond niet begrijpen. Fokkers met het hart op de juiste plaats voor het ras doen er alles voor om de ras eigenschappen te koesteren en in stand te houden. Voor anderen geldt dat zolang de hond prijzen haalt op de tentoonstelling en de puppies verkocht worden is de hond goed.
Zij verwarren de omschrijving scherp met vals en geven op deze manier blijk van hun grote gebrek aan inzicht en hun onwetendheid. De term scherp in de honden wereld omvat een groot aantal erfelijke eigenschappen zonder welke de hond zich niet staande kan houden in het leven. Zelfbewustzijn en zelfvertrouwen, initiatief vol,(jacht) passie, doorzettingsvermogen, geen angst kennen, zich aan kunnen passen en tegenslagen kunnen verwerken, maar ook daar waar het nodig is zijn roedel (baas) bij te staan in hachelijke situaties, maken o.a. deel uit van dit complexe geheel. Bij het ontbreken van deze eigenschappen is de hond nauwelijks nog levensvatbaar en juist dan zien we de zogenaamde angst bijters verschijnen.

Dat in Duitsland door het strenge fokbeleid het behoud van deze (jacht) eigenschappen gewaarborgd worden verdient zeker onze waardering.

Isis en Esrah hebben inmiddels drie nestjes gehad. Hera en Hybris respectievelijk één en drie. Ik tracht (deels) een zogenaamde lijnenteelt te voeren, daarbij rekening houdend met het inteeltcoëfficiënt dat nooit hoger is als 10% op 8 generaties en zelfs vaak nog veel lager. Ik heb gekozen om waar mogelijk terug te fokken in “moeders”lijn. Het komt ook voor dat wij voor de verbreding van de genepool en de verbetering binnen onze fokkerij een ” uitstapje” maken in lijn om vervolgens later terug te grijpen in onze fokkerij. Het uitzoeken van geschikte dekreuen, wat niet eenvoudig is,  doe ik mede op advies van een goede vriend van mij, M. Timmers genaamd, die vroeger Heidelwachtels fokte en later nog een nestje Duitse Staande langharen waarmee hij grote successen behaalde.

Onderstaand een schema van een stamboom waarbij ik gebruik heb gemaakt van een kleuren marker. Hierdoor zie je de overeenkomsten beter en is deze wijze van fokken inzichtelijker. (Klik op de stamboom om in te zoomen!)

Voorbeeld stamboom B-worp van de Pauwenkamp (inteelt coëfficiënt 10,29%)

stamboom fokkerij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een citaat van de heer Michael Gschwindt (gestorven op 80 jarige leeftijd op 16 augustus 1954 en “meester” in de Duitse korthaar fokkerij):

Citaat Michael Gschwindt: Man kann nur etwas in der Zucht erreichen, wenn man an seiner guten Mutterlinie festhält, und diese stetig häuft, was man am leichsten dadurch erreicht, Dass man aus die guten Rüden, aus dieser Linie hervorgegangen sind, wieder mit hereinnimt und nicht heute diesem und morgen jenem 1. Preishund fremden Blutes nachläuft. Ich bin einmal bei K.S. „Kraft vom Syratal“mit einer meiner besten Hündinnen hereingefallen und war geheilt.

Deze uitspraak is kort maar zegt eigenlijk alles.

Dr. Friedrich  Byhain schreef op deze uitspraak: Züchter, die wie er verfahren, sind bei Hereinnahme vom Fremdblutt immer skeptisch. Die erprobte Mutterlinie ist für sie bei jeder Zuchtwahl das beachtenswerteste moment. Je planvoller und folgerichter der Aufbau einer solchen ist, umso treuer wird der gute Rüde, der aus ihr hervorging, sich vererben. Trotz höchstem Können haben “Zufallstreffer”als Vererber oft genug enttauchst. Geschwindt hat nicht vom Züchten, sondern aussliesslich für seine Zücht gelebt.

Deze fokkers zijn verantwoordelijk voor het ras zoals het nu nog bestaat en dat hebben ze wat mij betreft goed gedaan. Ook viel mij op dat een broer/zus paring in die tijd zo nu en dan voor kwam. Oftewel inteelt, wat tegenwoordig uit den boze is. Navraag bij een van deze fokkers leerde mij dat zijn vader en hij dat destijds bewust deden. Dat deden ze om te kijken hoe ze er met hun fokkerij voor stonden.
Waar er eventuele fouten naar voren kwamen en/of men deze “fouten” kon verbeteren. Ook werd er uiteraard naar de positieve kant van die fok gekeken. Mijn mening is ook dat  als je een lijnenteelt op deze manier voert dat absoluut niet erg is, mits je goed selecteert maar dat zal u duidelijk zijn! Mochten de “fouten” onoverkomelijk zijn dan stopte men met deze vorm van fokken en ging men of out-crossen of stopten zij geheel met de betreffende “lijn”.

Deze fokkers gingen altijd uit van de moederhond die van een uitmuntende kwaliteit was, in natuurlijke aanleg , karakter, bouw, en beharing. Compromissen waren niet aan de orde. Ik doe dus niets nieuws. Sterker nog ik tracht te fokken op de “oude”beproefde wijze. Als de basis niet goed was dan werd er niet gefokt met de hond. Het standpunt; Ik heb een mindere (slechte)teef en ik probeer dat dan met een topreu te verbeteren, is in de fokkerij je zelf voor de gek houden en is tot mislukking gedoemd.
Derrie Arque een befaamde fokker die al meer dan veertig jaar Settters en Pointers in Engeland fokt noemt de fokkers die steeds alle topreuen na lopen  en niet van een goede moedershond uitgaan een gevaar voor het ras. Deze fokkers zeggen vaak als het resultaat niet goed is dat dat de schuld van de reu is. Niets is minder waar. Het is het resultaat van een slechte moederhond.

Op de manier voornoemd, het teruggaan in “moeder” lijn maar wel “vers” bloed aan vaders zijde erbij te halen, probeer ik “mijn” basis te gaan leggen, in een bescheiden vorm van fokkerij. Zover als Geschwindt was ben ik echter nog niet. Het is een visie en de fokkerij  is voor ons een liefhebberij wat wij met zorg trachten te bewerkstelligen. Hierbij wordt zeer gedegen stamboom onderzoek naar de afstamming van de vaderlijn gedaan, moederslijn is ons allang bekend. Als in vaderlijn enige onoverkomelijke gebreken voor komen dan wordt deze hond voor onze fokmethode niet gebruikt.

Met de fokkerij zijn we inmiddels al aardig op weg. De behaalde resultaten van de door ons gefokte honden mogen er inmiddels zijn. Uit onze fokkerij zijn al diverse reuen als dekreu ingezet. De voornoemde wijze van fokken heeft in “onze lijn” al een groter gestalte gekregen. Door de selectie die ik gemaakt heb zijn er voor de fokkerij meer combinaties van honden die in aanmerking komen in onze manier van fokken. En door het inzetten van deze nakomelingen (reuen en teven) zijn er weer mogelijkheden geboden om terug te grijpen.

Mijn goede vriend de heer W.C.H. Alsemgeest te Bleiswijk helaas overleden op 28 februari 2013, Weimaraner- en veldwerk liefhebber bij uitstek, heeft over fokkerij geschreven in een voor mij zeer “pakkende”tekst. Bij het lezen van de eerste drie bladzijden kreeg ik een glimlach om mijn gezicht. Ik zal U de tekst van deze pagina’s niet onthouden. Tevens een link naar een recentelijk stuk wat geschreven is door de Nederlandse geneticus de heer Ed J. Gubbels die schrijft over onder andere degeneratie bij (hoge) inteelt Fokken en selecteren, het afwegen van belangen.

De inleiding van de heer Alsemgeest:

Wat baat kaars en bril als de uil niet ziene wil. “Handsome is who handsome does”!

Een Engels gezegde dat aangeeft dat wat goede prestaties laat zien niet slecht kan zijn! De Engelsen hebben onder dat motto prachtige jachthonden en de bekende Engelse Volbloed op deze wereld gezet. De standaard kan zeker nut hebben mits dit in samenhang met de kenmerken van de prestaties bekeken wordt. Wanneer op grond van schoonheids ideaal of andere hobby-idealen daar van afgeweken wordt gaat dit ten koste van het prestatievermogen. Men probeert een verband te leggen tussen het uiterlijk en het prestatievermogen maar er zijn geen uiterlijke kenmerken die dit verband onfeilbaar aangeven. Men kan niet in de hond kijken, daar moeten wij andere wegen voor bewandelen en we vinden die mogelijkheid in het veldwerk. Daar bekijken we de innerlijke en niet zichtbare eigenschappen.

De bouw en de spieropbouw laten zeker zien dat het dier tot lichamelijk prestaties in staat moet zijn, althans dat zij geen beletsel vormen om andere innerlijke eigenschappen tot ontplooiing te laten komen. Zonder intelligentie of  wilskracht zal nooit tot grote prestaties op veldwerk kunnen leiden. De liefhebbers in het algemeen hebben in het verleden verkeerde gevolgtrekkingen gedaan wat de relatie tussen het uiterlijk en de innerlijke kwaliteiten betreft: Daar is het verkeerd gegaan. Wat overtrokken maar als voorbeeld redeneert men als volgt:
Bij de bevolking van donker Afrika valt op dat zij gave gebitten hebben waar als zij naar de beschaafde wereld verhuizen al spoedig niets van over blijft.
Welnu in deze nieuwe wereld dragen zij een stropdas en we concluderen dan dat het dragen van een stropdas invloed heeft op het gebit.

Basketballers zijn lang, maar we mogen daaruit niet opmaken dat alle lange mensen in deze sport hoge ogen gooien. Hun lengte is weliswaar een voorwaarde om deze sport te kunnen beoefenen maar zonder atletische kwaliteiten, wilskracht en doorzettingsvermogen etc. zullen zij niet ver komen. Er bestaan eenvoudigweg geen uiterlijke kenmerken waar prestatie vermogen uit af te lezen is, hooguit laten zij zien dat er geen lichamelijke belemmeringen zijn.

Het schoonheid ideaal, dat erg labiel en veranderlijk is, wordt aanbeden en de populatie wordt eenvormig hetgeen er toe heeft geleid dat een groot aantal rassen oorspronkelijke en raseigen kenmerken voor een groot deel hebben verloren. Zij verworden tot huishond of tentoonstellingshond. Het feit dat schoonheids ideaal zo’n grote invloed op onze rassen heeft gekregen is wel te verklaren uit de maatschappelijke ontwikkelingen in de laatste eeuw.

De hond wordt steeds minder gebruikt als werkhond die onmisbaar is bij de uitoefening van het jachtbedrijf. De groeiende welvaart heeft het voor meer mensen mogelijk gemaakt een hond aan te schaffen en deze als hobby en gezelschapsdier te houden. Door de manier van vererven is het betrekkelijk eenvoudig mooie honden te fokken omdat daarbij dikwijls slechts een beperkte hoeveelheid erfelijke factoren(genen) bij betrokken zijn, die op min of meer voorspelbare manier naar voren komen. Er is op de tentoonstelling hoge eer te behalen en de nakomelingen van een wereldkampioen zijn veel gevraagd. Grote bekers en andere prijzen kenmerken de waardering voor de winnaar.

Hoe anders is dit bij veldwerk; De nakomelingen interesseren slechts een klein aantal liefhebbers en een bewijs van goed gedrag gepaard gaande met een warme handdruk is je deel. Soms ga je met een bekertje van 10 centimeter naar huis en dat is dan heel wat. Bij de fok van een goede veldwerk hond zijn een groot aantal erfelijke factoren betrokken, combinaties van genen die bovendien nog op een ingewikkelde en moeilijk te voorspellen manier tot stand komen. Dat maakt het fokken van een goede hond monnikenwerk en het lukt eigenlijk alleen maar door veel studie en dankzij bloed, zweet en tranen, waarbij geluk een niet te onderschatten factor is.  Op tentoonstellingen wordt de hond beoordeelt op zijn uiterlijk: de bouw, zijn grootte, de beharing, de kop en de aanzet van zijn oren en zijn bespiering etc. We zien indrukwekkende honden waar alle uiterlijke kwaliteiten te optimaal naar voren komen en deze kenmerken gaan een negatieve invloed uitoefenen op het prestatievermogen en gaan de fraaie standaard trekken vergezeld met een matig prestatievermogen.

Onderschat de gevolgen van deze “mis verkiezingen”voor het ras niet want we zien bepaalde stammen, van die zich als topfokker profileren, jarenlang aan de top staan met honden die nooit blijk hebben gegeven om tot enige werkprestatie in staat te zijn en dit geldt ook voor de nakomelingen! De  standaard is geen middel meer om tot resultaat te komen maar is een doel geworden! Te optimale lichaams grootte en zware botstruktuur werken negatief op de snelheid, steile schouderbladen geven dikwijls een fraai beeld als de hond op de tentoonstelling voorgebracht wordt maar beperkt wel het loop vermogen.  Korte spieren geven de indruk dat het dier meer gespierd is dan het exemplaar dat in aanleg lange spieren heeft. Als we ons dan ook  nog in de kwaliteit van de spieren vergissen, die zo elastisch mogelijk moeten zijn, dan fokken we al snel honden die niet meer geschikt zijn voor het werk waar snelheid een essentieel onderdeel van uit maakt.  Ik hoop er in geslaagd te zijn U door dit schrijven een idee te geven wat er van U verwacht wordt en welke eisen we aan de hond moeten stellen om tot goede resultaten te komen op veldwerkgebied. We zullen om de eigenschappen van onze jachthond te waarborgen en te verbeteren de fok van de honden scherp in de gaten moeten houden.

Als ik er van uit ga dat de WSH in de 15-de eeuw bij het hof van Bourgondië een gewaardeerde jachtkameraad is en als staande hond, die voldoende passie en moed heeft om wild ook te stellen en te verwurgen, veelzijdig in te zetten is, past dit zeer wel in het beeld dat ik heb van deze hond. In die tijd worden honden immers afgericht voor het werk dat van hen verwacht wordt en waartoe zij in staat zijn.

Het veldwerk is bij uitstek geschikt erfelijke eigenschappen van de hond te testen en zo een inzicht te krijgen over de mogelijkheden van de hond en van zijn eventuele nakomelingen. We testen zijn schranderheid (intelligentie), zijn werklust, zijn gezondheid, neus, lichamelijke mogelijkheden en zijn vermogen om zich aan te passen en met de meester samen te werken etc. Ik sta niet alleen als ik stel dat een goede veldwerkhond ook op andere disciplines bij de jacht  hoge ogen gooien,mits goed opgeleid. Andere grote voorjagers en mensen met veel ervaring zullen dit beamen. Wij zijn ervoor verantwoordelijk dat deze eigenschappen bewaard blijven en zo nodig verbeterd worden. Achteruitgang van ons genetisch materiaal wordt door het veldwerk onmiddellijk aan het licht gebracht zodat we tijdig kunnen ingrijpen. In die zin is het veldwerk een garantie voor het voortbestaan van het ras zoals we dit kennen en er borg voor staat dat hij ook als huishond zal blijven voldoen.   De hond moet om tot succes te komen in het veld, een aantal eigenschappen bezitten die in de genen zijn vastgelegd en door onze begeleiding tot ontplooiing gebracht kunnen worden. In eerste instantie wordt de jonge hond bekeken op zijn jachtvermogen en geeft dit in een toekomst verwachting: De graad africhting mag dan zelfs niet te hoog zijn. De keurmeester wil de hond zoals hij van nature is beoordelen en pas als zijn talenten gerijpt zijn schaven wij door dressuur het beeld zo min mogelijk bij om zo een hond te laten zien waarbij werkeigenschappen gevormd zijn om in tot voldoening van de jager zijn werk te doen. Veldwerk als hulpmiddel om tot een verantwoorde selectie te kunnen komen.

Niet tevreden zijn met een toevallig tot stand gekomen resultaat en deelnemen aan wedstrijden waar ook andere rassen vertegenwoordigd zijn. Dan pas worden wij ons bewust van de kwaliteiten en tekortkomingen van onze honden en worden we niet ziende blind, want in het land der blinden is één oog koning. Gebleken is dat we de weg uit de mooie honden,  goede te fokken in alle geval een moeizame manier is en bijkans onmogelijk. De weg om uit goede honden de standaard te benaderen daarentegen meer kans op succes biedt die twee wensen verenigen en het ideaal beeld benaderen. Vergeet niet dat de ideale hond nog geboren moet worden.

De eigenschappen die wij moeten stellen aan de hond zijn:

  • Goede bouw om dit zware werk naar behoren met voldoende snelheid uit te kunnen uitvoeren.
  • Vitaliteit d.w.z. een goede gezondheid waarbij alle organen optimaal werken en de hond in staat stellen snel van de inspanningen te herstellen.
  • Een lang leven in goede gezondheid, een goede conditie en een grote vruchtbaarheid zijn kenmerken in dit verband.
  • De zintuigen moeten goed ontwikkeld zijn met name aan de neus stellen wij hoge eisen.
  • Werklust: elan, mordant, mentaliteit en passie, het vermogen om volhardend en zelfstandig te jagen en talrijke andere en onmisbare eigenschappen die in hoge  erfelijk bepaald worden.
  • Intelligentie: onmisbaar bij interpretatie van binnenkomende gegevens van de zintuigen.

Kortom een groot aantal eigenschappen moeten onder de loep genomen worden, het veldwerk geeft ons een beeld van de hond en zijn genetische samenstelling. De sleutel tot succes is te vinden in de wetten van de erfelijkheid. Bij aanschaf van een hond horen we rekening te houden met de eisen die wij stellen en als de hond die we op het oog hebben niet aan deze criteria voldoet moeten we een andere hond aanschaffen. U heeft gekozen voor een Weimaraner van een bepaalde fokker en daar zult U het mee moeten doen en er rekening mee moeten houden dat wat er erfelijk niet in zit je er ook niet kunt uit halen. Door het veldwerk te beoefenen krijgt U een goed beeld van de mogelijkheden en bewijst u het ras een goede dienst.

Stamboom voorbeeld:

Uitgebreide stambomen (gemiddeld 62 generaties per stamboom) veelal gefokt in “moederslijn” (voornamelijk op eenvoudige wijze waar te nemen aan de achterzijde van deze stambomen) zijn te bekijken op deze site onder de knop stambomen. Laat u niet verleiden door de diverse kennelnamen. Het is en blijft moeilijk om de linken te leggen maar ze bestaan wel degelijk!

Met Isis is de eerste aanzet gemaakt om op voorstaande wijze te fokken door Aaron vom Wolfsstall en Isis bij elkaar te brengen en later met Golo vom Zehnthof.

Isis heeft de exterieur uitslag Uitmuntend (Europeesch jeugdkampioen 1999) heeft als HD-uitslag HD-TC (Fci norm B1), Norbergwaarde 36, botafwijking 0. is in het bezit van vele jacht diploma’s op velerlei gebied. Welke dat zijn kunt u zien bij “jachtresultaten”.

Aaron heeft de Exterieur uitslag SG/SG=SG heeft als HD-Uitslag de uitslag HD-B1 is in het bezit van een Verbands Jugend Prüfung, Hebst Zucht Prüfung, Schweizs Natur certficaat en de Wesentest WF-4

Uit deze combinatie Aaron en Isis is de B-worp van Isis geboren, waarover wij zeer tevreden zijn. Dit nestje is wat ons betreft zeer succesvol wat betreft het karakter, de behaalde (jacht) resultaten en de exterieur- en HD- uitslagen.

Uit de combinatie Aaron x Isis hebben diverse honden onder andere een veldwerkkwalificatie behaalt en diverse KNJV  B-diploma’s.

Baranca Bayka van de Pauwenkamp (B-worp) presteerde het in 2007 een zweetspoor F-proef te behalen met een Uitmuntend, met maximaal behaalde 100 punten, zover ik na kon gaan was dat de eerste Weimaraner in Nederland die dit presteerde.

C-worp
Uit de combinatie Golo vom Zehnthof is de C-worp van Isis geboren, waarover wij ongelofelijk tevreden zijn. Een met name te noemen reu uit dit nest op het werkgebied, (maar ook exterieur Uitmuntend) is Comatsu Matsu v.d. Pauwenkamp die op zeer jonge leeftijd al in de top van Nederland zich heeft bewezen op het gebied van veldwerkwedstrijden en het zelfs als jeugd hond presteert een Open Klasse wedstrijd te winnen. De  behaalde resultaten liegen er niet om. (zie jachtuitslagen). Deze reu laat zien dat hij een topper is. Het “vastzetten en zijn manier van voorstaan op de patrijs is boven mijn stoutste verwachtingen gestegen en heeft hij al menig veldwerkliefhebber verrast met zijn kwaliteiten. Ook op het zogenaamd KNJV werk scoort hij vele diploma’s waaronder het behalen van de Joska Gosens-Elderman schaal in 2009, een KNJV proef te Langbroek waar hij een A-diploma behaalde met 90 punten en winnaar werd uit 76 deelnemers. Zo ook  wist hij op twee jarige leeftijd een KNJV B-diploma met het volle aantal te behalen punten en op de dag dat hij 3 jaar oud werd behaalde hij al een KNJV A diploma. Als klap op de vuurpijl werd hij in 2009 winnaar van de Continentaal II lokaal, een veldwerkkwalifikatie met een Zeer Goed. Dit was in 10 jaar nog niet voor gekomen. En als dank voor alle training met deze hond won hij de Continentaal II bokaal in 2010 wederom. Uit deze worp hebben (op één na) alle honden inmiddels één of meerdere werkdiploma’s behaalt.

F-worp
In uit de F-worp worp  van onze Blind-date Esrah van de Pauwenkamp  is wederom gebleken dat het met het “werk talent”wel goed zit. Famous Fraser v.d. Pauwenkamp , eigenaresse Irene Valies, heeft ook diverse veldwerkkwalificaties mogen behalen. In Duitsland behaalde ik in 2009 een VJP en de HZP met hem (183 punten en eindigde als 3e van de 24 deelnemers). Daarbij heeft hij inmiddels diverse KNJV diploma’s, en verenigingsproeven behaald. Hij doet aan fly-ball wedstrijden en gehoorzaamheidstrainingen en werd hij in 2017 2e op de Nederlands Kampioenschappen Hooperen in de hoogst in Nederland haalbare klasse.

H-worp
Uit de H-worp hebben Guus en ik beiden een teef behouden. Daarmee zijn al vele mooie prestaties verricht waaronder diverse behaalde veldwerkwedstrijden, Duitse proeven als de VJP en HZP,  Zweetspoor proeven (uitslag uitmuntend), vele KNJV- A diploma’s, Map A en verenigingsproeven. Deze proeven staan vermeld onder het kopje “Prestaties Eigen honden”. 
Ik moet hierbij aantekenen dat dit niet alleen te danken is aan de honden maar ook zeker de eigenaren hebben een grote invloed hier in. Als deze mensen er niet uit halen wat er in de honden gefokt zit komt dit natuurlijk nooit tot uiting. Wij zijn dan ook enorm blij en trots op deze mensen dat zij zo enthousiast met hun honden aan het werk zijn. Het grootste “probleem” voor een fokker is om mensen voor “zijn” puppen te vinden die enthousiast zijn om te trainen en de tijd en inspanning leveren om bepaalde proeven/wedstrijden te behalen met hun hond.

I-worp
Inka van de Pauwenkamp presteerde het om in 2 jaar tijd 2 x een SJP A diploma en 2 maal een MAP-A diploma te behalen, hetgeen resulteerde in een uitnodiging op de Nimrod.

Heupdysplasie

Inmiddels zijn van vele honden die wij gefokt hebben de heupen onderzocht op heupdysplasie. Uit deze uitslagen blijkt dat er geen probleem met de heupen aanwezig is in onze fokkerij!

Uitleg en beoordeling
Heupdysplasie is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis aan de heupgewrichten waarbij de ontwikkeling van de heupen bij een jonge, opgroeiende hond niet normaal verloopt en de gewrichten ernstig misvormd kunnen worden. Heupdysplasie betekent letterlijk “heupmisvorming” . Dit wordt meestal aangeduid met de afkorting HD. Je kunt een hond exterieur (op het oog) beoordelen op het gangwerk, echter dat geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten.

Röntgenfoto:
Om dit goed te kunnen beoordelen is het maken van een röntgenfoto noodzakelijk. De meeste honden worden bij de dierenarts even onder narcose gebracht (vandaar ook de kosten), daar bij het nemen van de röntgenfoto de hond echt stil op zijn rug moet liggen en de achterpoten symmetrisch naast elkaar worden gebracht. Het is echt een secuur werkje waar veel tijd voor wordt genomen.

F.C.I.-beoordeling
Na het maken van de betreffende foto wordt deze naar een onafhankelijke instantie toegezonden. De foto’s worden beoordeeld door een in samenstelling wisselende panel van drie deskundige beoordelaars en uitgedrukt in een FCI- beoordeling

De F.C.I.-beoordeling is een weergave van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken. Deze beoordeling wordt in Nederland uitgedrukt in de beoordeling HD-A, HD-B, HD-C en HD-D. Binnen de vereniging de Weimarse Staande hond mag alleen met honden gefokt worden die de uitslag HD-A of HD-B behalen.

Uitleg beoordeling onderdelen
Bij de beoordeling van röntgen foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde “Norbergwaarde“. De Norbergwaarde van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde “som Norbergwaarden”.

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom.

Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van “botafwijkingen”. Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag:

  • Zeer lichte botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD B.
  • Lichte botafwijkingen of een te ondiepe kom leiden tot de beoordeling HD C.
  • Ernstige botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

De aanduiding “vormveranderingen” betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

 

Ik hoop met deze uitleg u enige duidelijkheid te hebben verschaft en dat U het belang van het HD onderzoek in ziet.

UA-55365900-1
loading