Rasomschrijving Weimaraners

De Weimarse Staandeimage002 Hond: een all-round jachthond die stáát voor z’n baas.

Inleiding

De Weimarse Staande Hond of Weimaraner is met zijn muis-, zilver- of reegrijze vacht en barnsteenkleurige ogen een opvallende verschijning. Het is een middelgrote jachthond met een schofthoogte van zo’n 65 cm (reu). Hij behoort tot de Staande Jachthonden rassen. Ofschoon er in Nederland al meer dan honderd jaar Weimaraners zijn en gefokt worden, bleef dit ras tot aan het begin van de zestiger jaren een zeldzame verschijning en zeker op tentoonstellingen, jachthondenproeven en veldwedstrijden.­ De afgelopen decennia is het aantal Weimaraners en daarmee de bekendheid van dit ras in ons land echter aanzienlijk toegenomen. Hij komt voor in twee verschillende haarvariëteiten; korthaar en de langhaar.

Bouw

Het is een middelgrote tot grote hond, de reuen hebben een stokmaat van 59-70 cm en de teven 57-65 cm. De kleur is zilver- ree- of muisgrijs en alle kleurschakeringen ertussen in. Witte aftekeningen anders dan op borst en voorvoeten zijn niet toegestaan. De beharing is kort of lang. Het hoofd is matig lang en harmonieus waarbij de lengte van de neus tot de aanvang van de schedel iets langer is dan van de aanvang van de schedel tot aan de achterhoofdsknobbel. Krachtig gebit zonder fouten en een rechte of iets gewelfde neusrug. Er is een uiterst geringe stop en de lippen zijn matig overvallend. De ogen zijn barnsteenkleurig, en bij de pups hemelsblauw. De hond moet een krachtige borst hebben. De rug is iets lang maar niet doorgezakt en niet overbouwd of voor overstaand. De staart mocht tot september 2001 nog gecoupeerd worden dat is nu niet meer toegestaan. De benen hebben goede hoekingen met een regelmatig en krachtig gangwerk.

Karakter

Om iets van het karakter van de Weimaraner te begrijpen is het noodzakelijk om te weten wat de oorsprong van de hond is, veel Weimaraners worden tegenwoordig als huishond gehouden maar dat betekent niet dat de eigenschappen waar zo lang op geselecteerd is niet meer aanwezig zijn. De volgende karakterbeschrijving kan men vinden in de rasstandaard:

De Weimaraner is een veelzijdige, gemakkelijk onder appel te brengen, gepassioneerde jachthond, die systematisch en volhardend zoekt, echter niet overdreven temperamentvol. De neus is opvallend goed. Betrouwbaar in voorstaan en bij waterwerk. Opvallende werklust na het schot, zoals spoorvastheid en het verloren brengen.

Wat betekent dit nu voor de Weimaraner in het algemeen. Een hond die spoorvast is zal in het algemeen volhardend zijn in de opdracht waar hij aan begint ondanks de verleiding die hij tegenkomt. Een hond die betrouwbaar voorstaat is een hond die zelfstandig aan kan geven dat er wild aanwezig is, die dat wild respecteert, ook al is de voorjager op afstand. Deze zelfstandigheid en volhardendheid zou men in de omgang met de hond als “eimatsuvoostaan2cgenwijs” kunnen omschrijven. De hond heeft van aanleg roofwildscherpte en heeft een verdedigingsdrang en is dus niet zo gauw van de wijs te brengen. Dit zou men als “hard van karakter” kunnen uitleggen, maar men kan het beter doortastend noemen. De genoemde opvallende werklust en zekerheid bij apporteren geven wel aan dat de hond graag voor zijn baas werkt. Samengevat hou je dus een zelfstandige, volhardende en doortastende hond over die graag iets voor je wil doen. Een omschrijving waar de meeste Weimaraner eigenaren zich in kunnen vinden. Het geeft wel aan dat dit een hond is die niet voor iedereen de geschikte keuze is. Om deze honden in goede banen te leiden moet je er veel tijd en energie in stoppen en dit houdt niet op na het moeilijkste eerste jaar. Het zijn honden die hun leven lang bij veel opdrachten zullen blijven denken “waarom?”. Kun je daar mee overweg dan is het een geweldige hond die voor baas en familie door het vuur gaat.

Veelzijdigheid

De Weimaraner is van oorsprong een jachthond die in elk onderdeel van het jachtgebeuren inzetbaar was en moest zijn. In Nederland wordt de praktijkjacht op steeds kleinere schaal toegepast en zeker niet in al zijn facetten. Ook de jachtproeven en veldwedstrijden kunnen in Nederland helaas niet voldoen aan alle onderdelen van de jacht waarin de Weimaraner zich kan bekwamen hoewel ze voor de meeste eigenaren, die iets met hun hond op jachtgebied willen doen, voorzien in een behoefte. Wat dat betreft zijn de proeven in Duitsland en Oostenrijk breder van opzet, waar vanaf een jeugdproef (VJP of Anlageprüfung) via een najaarsproef (HZP) naar een volgebruiksproef (VGP) gewerkt wordt met de honden. Zo wordt zowel de aanleg als de ontwikkeling van de jachteigenschappen beoordeeld over de periode van een tot drie jaar. Liefhebbers van deze veelzijdigheid van jachteigenschappen, trainen in Nederland met de beperkingen van veld en wild en reizen naar het buitenland om deel te nemen aan de proeven.

De resultaten zijn zeker niet slecht en ik ben er van overtuigt dat dit enerzijds komt door de inzet van de voorjagers en anderzijds door het nog steeds aanwezige veelzijdigheid van jachteigenschappen van de Weimaraner in Nederland.

De veelzijdigheid van de Weimaraner komt ook op andere gebieden dan de jacht tot uiting. Zo wordt de spoorzekerheid gebruikt bij de inzetbaarheid als reddinghond en bij het opsporen van drugs op bijvoorbeeld vliegvelden. Daarnaast is een grote groep van eigenaren actief in de G&G en anderen doen behendigheid of Flyball met hun Weimaraner en dit alles met succes.

Oorsprong en ontwikkeling van het ras

De Weimaraner heeft zijn naam te danken aan de stad Weimar gelegen in de streek Thüringen in Duitsland.Grotere kaart weergeven
De stad werd in 1547 de hoofdstad van het groothertogdom Sachsen-Weimar. Aan dit hof werden grijze honden gefokt die een grote bijdrage hebben geleverd aan het tot stand komen van de huidige Weimaraner. Er zijn vele verschillende theorieën over het ontstaan van de Weimaraner, het enige zekere is dat al bijna 200 jaar terug Weimaraners (of daar op lijkende honden) gefokt werden aan het hof van Weimar. De vraag echter hoe het hof van Weimar aan de Weimaraners is gekomen is niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn verschillende theorieën bekend, een daarvan is dat de Weimaraner aan het eind van de 18 eeuw zou zijn ontstaan uit een kruising van Spaanse of Engelse pointers met Duitse honden of een Duitse staande korthaar. Een andere theorie bestrijdt dit, aangezien al op afbeeldingen uit 1631 een grijze Weimaranerachtige hond te zien is. Niet alleen daarom maar ook gezien het feit dat een Weimaraner tot op veel hogere leeftijd actiever is dan de pointer, roofwildscherpte en een waak- en verdedigingsdrang heeft, zou de pointer niet in de Weimaraner gekruist zijn.

Prins Rupert von der Palt schilderij van Van Dijck 1631 met weimaranerEen andere theorie beweert dat de Weimaraner oorspronkelijk in Frankrijk is ontwikkeld aan het hof van Louis IX. In de loop van de eeuwen zijn de grijze honden daar door enkele liefhebbers gefokt. In 1792 ging Groothertog Karl August von Sachsen-Weimar met Goethe naar Frankrijk en raakte daar sterk geïnteresseerd in de nieuwe vorm van jagen met staande honden. Hij was bijzonder onder de indruk van het uiterlijk en de jachteigenschappen van de grijze honden. Hij nam enkele honden mee naar Duitsland en heeft ze daar voor vele verschillende soorten jacht gebruik. Met name voor de jacht op grootwild zoals hert, zwijn en beer maar ook voor de jacht op hoenders. Toen de jacht veranderde en meer met jachtwapens werd gejaagd is de hond ingezet voor de jacht op everzwijnen, hazen, eenden en hoenders, daar is door de Duitsers ook verder op geselecteerd. Daartoe zijn tevens kruisingen uitgevoerd met andere rassen. Met welke rassen is nooit duidelijk geworden, al wordt wel de Engelse Pointer genoemd. Het is wel zeker dat de hedendaagse Weimaraner verschilt van de grijze hond zoals die te zien is op het schilderij van Van Dijck (Afbeelding links) uit 1631. Aanvankelijk werden deze geselecteerde jachthonden geen Weimaraner genoemd maar “Carl-August Hunde”, zij werden gehouden door de jagers van de groothertog en door boeren in de omgeving.

 

Omstreeks 1850 begon in Duitsland het fokken van en met Weimaraners toe te nemen. Met nadruk mét Weimaraners want het was niet ongebruikelijk andere (jachthonden) rassen in de fokkerij te betrekken. In 1863 werd in Hamburg al een hondententoonstelling gehouden, terwijl pas in 1879 de rasstandaard voor een aantal rassen werd vastgelegd. In 1880 werd op een tentoonstelling in Berlijn de Weimaraner nog als bastaard aangemerkt! Liefhebbers van het ras streden om erkenning, terwijl vele kynologen van die tijd meenden dat de Weimaraner slechts een kleurvariant van de Duitse Staande Korthaar zou zijn. Er was natuurlijk een duidelijk onderscheid vonden de Weimaranerkenners van die tijd, maar de strijd was niet zomaar gestreden. Aanvankelijk werd de Weimaraner in het stamboek van de “Klub Kurzhaar” opgenomen, wat een schrale troost was, maar het was een begin. Op 24 juni 1886 roept Hegewald op tot het stichten van een speciale fokvereniging voor de Weimaraner. De eerste rasstandaard werd opgesteld door Major Von Bünau, voorzitter van de jachtclub Bernburg, die op een tentoonstelling van Staande Honden te Bernburg op 23 april 1887 de Weimaraner apart liet keuren om de raskenmerken vast te kunnen stellen.

Eén van de toen reeds geconstateerde karakteristieken van de Weimaraner was zijn opmerkelijke staart. Gezegd werd, dat deze staart zo verschillend was van alle andere jachthondenrassen, dat zelfs wanneer een Weimaraner bruin geschilderd zou worden, hij aan zijn staart te herkennen zou zijn.. De staart is niet het mooiste deel van de Weimaraner. Vanaf de aanzet, tot de zich op eenderde deel lengte bevindende knik, is de staart cilindervormig, en pas vanaf dat punt (waarop gewoonlijk de staart wordt gecoupeerd) loopt de staart spits toe. De beharing van de staart is borstelig en langer dan de overige beharing van de Weimaraner. Een dergelijke volledige beschrijving van de staart komt pas weer tot zijn recht als de Weimaraner zijn volledige staart zal bezitten hetgeen vanaf eind 2001 méér het geval zal zijn dan nu wanneer het coupeerverbod van kracht zal zijn.

Tot 1920 was de Weimaraner in Duitsland zeker niet zeldzaam, en verscheen, hoewel primair een werkhond, regelmatig op tentoonstellingen. Hoe anders is de ervaring in 1998 als we met een aantal vrienden in Weimar zijn ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Duitse Weimaraner klub ev. In de stad worden we aangesproken over de merkwaardige grijze honden en als we de inwoners van deze stad, Weimarers geheten, vertellen dat het hier om Weimaraners gaat, oorspronkelijk in deze streek gefokt, worden we vol ongeloof aangehoord.

In 1921 werd Major Robert Herber voorzitter van de Weimaranervereniging. Toen was een tamelijk wankele basis aanwezig voor de Weimaranerfokkerij. Er bestond een grote variatie in kleurnuances en de witte aftekeningen waren erg uitgebreid. Bovendien waren belangrijke bloedlijnen na de Eerste Wereldoorlog verdwenen. Herber legde heel sterk de nadruk op het zuiver houden en in positieve zin ontwikkelen van het ras. Een van zijn uitspraken was: “De Weimaraner is de aristocraat onder de jachthonden en geen allemanshond en ook geen salonhond. Hij moet blijven wat hij is, een voor iedere jacht te gebruiken hond. Daarom wordt de Weimaraner alleen aan jagers verkocht en is de aanschaffingsprijs hoog gehouden. Een perzik is duurder dan een pruim, waarmee ik niet wil zeggen dat andere minder zijn, maar slechts de bijzonderheid van de Weimaraner wil benadrukken”. W. Petri, oud-voorzitter van de Duitse Weimaranervereniging, schrijft over Herber dat geen offer, geen werk hem teveel was. Hij was een voorbeeldig mens, jager en fokker, die de toenmalige wat langzame, zware, maar onovertrefbare spoorzekere Weimaraner, door een zorgvuldig gekozen fokdoel, wist ter brengen tot zijn huidige vorm, die wij nu zo bewonderen.

De Tweede Wereldoorlog had nadelige gevolgen voor het ras: de tweedeling van Duitsland betekende een tweedeling van de populatie, waarbij vooral in de DDR een dramatische daling van het aantal nesten plaats vond. Een ander opmerkelijk feit was dat Amerikaanse soldaten veel pups meenamen naar Amerika en daar een nog onbekend ras introduceerden. In eerste instantie nam hierdoor het aantal honden in Duitsland af, wat natuurlijk nadelig was voor de fokkerij, daarentegen bloeide de Weimaraner in Amerika op hetgeen alleen maar toe te juichen was.

Na 1950 nam het aantal nesten per jaar steeds meer toe waarbij per jaar 100-200 honden in het stamboek in Duitsland werden ingeschreven. In Amerika was het ondertussen zover dat er 50 maal zoveel Weimaraners per jaar gefokt werden dan in het land van oorsprong.

De Langhaar Weimaraner

Caspar en Aïscha vom Stapelbroek (eigenaar W. Enzerink)

Caspar en Aïscha vom Stapelbroek (eigenaar W. Enzerink)Vóór 1900 kwamen Langhaar Weimaraners zelden voor en werden een enkele maal beschreven als nakomelingen van Weimaraner Korthaar met een ander ras. Ook na 1900 werd er zelden met langhaar Weimaraners gefokt, vaak werden de pups gedood omdat men de voorkeur had voor de korthaar. Korthaar Weimaraners die heterozygoot zijn voor de langhaar factor hebben bij onderlinge paring bij 25% van de nakomelingen de kans op zuiver Langhaar, 50% heterozygoot Langhaar-Korthaar en 25% zuiver Korthaar. Dat de dominantie Korthaar over Langhaar niet volkomen is, is op te maken uit het feit dat in dergelijke lijnen stokharige vachten meer voorkomen.

langhaar weimaraner

In Oostenrijk werd de Langhaar eerder geaccepteerd dan in Duitsland, misschien omdat de weersomstandigheden in Oostenrijk minder gunstig zijn en de Langhaar hier tegen beter bestand zou zijn. In Duitsland werd de eerste Langhaar in 1936 in het Duitse Hondenstamboek ingeschreven. De Tweede Wereldoorlog had voor de Langhaar meer funeste gevolgen dan voor de Korthaar Weimaraner, eenvoudigweg door het kleinere aantal. In Oostenrijk gaat het Langhaar bestand door een genetische trechter, dat wil zeggen dat over een bepaalde periode alle nakomelingen op één of enkele ouderdieren zijn terug te voeren. In Duitsland kreeg de Langhaar, ondanks import uit Oostenrijk nog steeds geen vaste voet aan de grond. Nog in de zestiger jaren werd beweerd:”het is de hoogste tijd, dat we tot de werkelijke “Reinzucht”, de nalatenschap van Herber, terugkeren. Later wordt de basis voor de Langhaar fokkerij verbreed door heterozygote Korthaar Weimaraners in te zetten en tegelijkertijd de honden uit Oostenrijk te gebruiken, waar de Langhaar inmiddels een wezenlijk bestanddeel vormt van het totaal aantal Weimaraners.

De Weimaraner in Nederland

De eerste rasstandaard werd in 1897 vastgelegd en het is daarom dat niet eerder dan in 1898 de eerste inschrijving in het Nederlands Hondenstamboek van Weimaraners plaatsvond. Onder nummer 749 en 750 worden respectievelijk de reu “Roland” en zijn nestzus, de teef “Bella” ingeschreven. In 1917 worden er drie Weimaraners in het N.H.S.B. bijgeschreven net als in 1929. Al met al een aarzelend begin van de Weimaranerfokkerij in Nederland. Dat blijft voorlopig ook zo: in de jaren 50 worden de volgende 10 exemplaren ingeschreven, in de jaren 60 zijn er dat al 159.

Dan volgt de grote ommekeer, in 1970 wordt de vereniging De Weimarse Staande Hond opgericht en tegelijkertijd valt een verbreding van de fokbasis waar te nemen door import van onder meer reuen uit Duitsland, Engeland en Amerika. In de 70 er jaren komen ook de eerste Langhaar Weimaraners in Nederland aan, die momenteel groeiend, maar nog gering in aantal zijn in vergelijking met de Korthaar. In de jaren 70 worden 519 Weimaraners in het NHSB bijgeschreven, in de jaren 80 zijn dat er 1322. Daarna is de stand van zaken zodanig dat per jaar gemiddeld ruim 200 Weimaraners worden toegevoegd. Al met al een stormachtige groei met daarbij de verantwoordelijkheid voor de bewaking de gezondheid van het ras voor nu en voor de toekomst. Kernpunten zijn onder meer een brede fokbasis en het bestrijden van erfelijke aandoeningen. De bedoeling is dat in de toekomst de vereniging “De Weimarse Staande Hond” een verantwoord fokbeleid onder de paraplu van een Centraal Fokbeleid zal nastreven.

Naast de bewaking voor de gezondheid is natuurlijk het behoud van het ras als zodanig van belang. Bij fokken selecteer je op bepaalde eigenschappen, waarbij je ongewenste eigenschappen niet meeneemt. Gewenste eigenschappen vallen voor de Weimaraner in twee hoofdgroepen uiteen: jacht en exterieur. Jachteigenschappen zijn natuurlijk belangrijk omdat uit deze criteria de hond ooit ontstaan is. Het is de basis voor de veelzijdigheid en het karakter van het ras Exterieur is minstens zo belangrijk omdat de hond tenminste moet voldoen aan de rasstandaard, waar in het verleden zo om gestreden is om de Weimaraner een eigen positie tussen de rassen te geven: een hond met een uniek uiterlijk en uitstraling. Er moet in de fokkerij natuurlijk een bepaald evenwicht zijn tussen deze twee hoofdgroepen omdat ze alleen in combinatie de Weimaraner maken tot wat hij moet zijn.

In Nederland is het zo dat de Weimaraner voornamelijk als huishond wordt gehouden en wordt als zodanig zeer gewaardeerd. Een relatief klein deel wordt gebruikt in de praktijkjacht en wat meer honden worden voorgebracht op jachtproeven in binnen- en buitenland. Een kleine, vaste kern is enthousiast en regelmatig te zien op nationale en internationale hondententoonstellingen, anderen gaan daar alleen naar toe om aan een van de fokeisen van de vereniging te voldoen.

Vereniging De Weimarse Staande Hond

De rasvereniging werd op 24 mei 1970 op­gericht door een handjevol enthousiaste Weimaraner liefhebbers en heeft inmiddels zo’n 700 leden. Jaarlijks wordt een clubmatch georganiseerd, voor de Korthaar is dit meestal een kampioenschapsclubmatch en voor de Langhaar is dit helaas door het geringe aantal niet altijd mogelijk. Eén keer per jaar of om het jaar, wordt een jonge honden dag georganiseerd om zo op een informele wijze de jonge honden te kunnen beoordelen. Bovendien is dit voor een flink aantal eigenaren een eerste kennismaking met de vereniging. Daarnaast wordt enkele malen per jaar een wandeling georganiseerd. Door de vereniging wordt gestreefd naar het fokken van gezonde Weimaraners, zonder (erfelijke) afwijkingen, welke voortkomen uit qua exterieur aan de rasstandaard beantwoordende ouderdieren. Niet alleen het exterieur is van belang maar ook het karakter probeert men te behouden. Daarom wordt door de rasvereniging onder meer het fokken met bejaagde ouder dieren gestimuleerd door de afgifte van fokcertificaten. De eisen om bij de pups van een nest een fokcertificaat te verkrijgen hebben betrekking op jachtkwalificaties, exterieur en de HD uitslag Negatief of Tc tegenwoordig HD-A en HD-B genoemd. Deze eisen gelden voor beide ouderdieren.

Een andere wijze waarop het werken met de Weimaraner gestimuleerd wordt door de vereniging is het organiseren van een veldwerkcursus, dit om het aantal Weimaraners wat in deze tak van hondensport actief is te vergroten. Om deze cursus te volgen is het al dan niet hebben van een jachtakte niet van belang. De rasvereniging heeft de status van ‘veldwedstrijdorganiserende vereniging’ en draagt jaarlijks zorg voor één of meer voor- en najaarsveldwedstrijden. Daarnaast wordt er ook een KNJV-proef georganiseerd en kent de vereniging een aantal interne (aanleg)proeven, waaronder een aanlegproef veldwerk en een zweet- en sleepspoorproef. Bij voldoende belangstelling wordt ook een cursus zweetwerk (bloedspoor) georganiseerd. Het zweetwerk is een onderdeel waarin de Weimaraner bijzonder uitmunt.

(auteur J. de Jong te Obbicht)

UA-55365900-1
loading